Cipriano de Rore (1515-1565)
Doulce Mémoire

Laudantes Consort
Guy Janssens

CAT.NR.: SONA1311
FORMAT: CD.

Cipriano de Rore
Bestellen

Missa ‘Doulce Mémoire’

  1. Kyrie (3:57)
  2. Gloria (6:52)
  3. Credo (10:22)
  4. Sanctus (5:26)
  5. Agnus (5:30)
  6. Motet Parce mihi Domine
    Peccavi, quid faciam tibi (9:22)
  7. Motet Agimus tibi gratias (2:08)
  8. Motet Infelix ego – Ad te igitur (10:26)

totale speelduur: 54:09

Opgenomen op 5, 6 en 7 december in de Beaufays Abdij (België).

Engineered, opgenomen, bewerkt en gemixt door Jo Cops.

Geproduceerd door Mark Steyaert.

Boekje met uitgebreide notities en teksten in vier talen inclusief.

Binnen de hiërarchie van de muzikale genres stond tijdens de 15de en de 16de eeuw de polyfone miscompositie, als hulde aan de Schepper, het hoogst aangeschreven. Bij de toonzetting van de vijf ordinariumdelen van de mis — die delen die in elke misviering op dezelfde tekst terugkeren (Kyrie, Gloria,Credo, Sanctus en Agnus Dei) — streefden de componisten naar een coherente cyclus, waarbij de vijf inhoudelijk uiteenlopende teksten (smeekbede, lofzang, geloofsbelijdenis) tot een hechte muzikale eenheid werden samengesmeed. Het ideale middel hiertoe was als basis een muzikaal model te nemen dat in alle vijf de delen herkenbaar aanwezig was: dit kon een gregoriaanse melodie zijn, maar ook een meerstemmig werk, zowel van profane als van religieuze inspiratie. Van de vijf missen van Cipriano de Rore zijn er drie gebaseerd op werken van Josquin Desprez, de alom bewonderde en bejubelde ‘princeps musicae’ uit een van de vorige generaties polyfonisten.

Missa Vivat Felix Hercules, een mis ter ere van zijn broodheer Ercole II d’Este van Ferrara. Vóór hem had Josquin, die enkele jaren in Ferrara verbleef, een mis gecomponeerd ter ere van Ercole I d’Este (Missa Hercules dux Ferrariae). Van de twee resterende missen is er één gebaseerd op een eigen chanson, de andere op een chanson van een tijdgenoot, de Franse componist Pierre Sandrin (Doulce mémoire), die in dienst was van de Franse koning. Zijn chanson Doulce mémoire behoort tot de populairste Franse liederen uit de 16de eeuw, zoals blijkt uit de vele instrumentale bewerkingen en de missen waarvoor het als basis diende (naast De Rore ook Thomas Crequillon en Orlandus Lassus). Het chanson van Sandrin is een melancholisch liefdeslied, dat begint met een opvallende dalende lijn in de bovenstem. Dit melodische thema werd een soort leidmotief dat de ganse mis doordringt.

Het tweede genre van het religieuze repertoire in de Rores tijd was het motet, dat vooral vanaf Josquin Desprez steeds meer aan belang won.  De teksten, al dan niet verbonden met de liturgie, waren van zeer uiteenlopende origine: vaak uit de Bijbel, met een voorkeur voor de Psalmen (In convertendo), of het Boek Job (Parce mihi, Domine, een lezing uit het dodenofficie), Maria-antifonen en andere gebedsteksten (Agimus tibi gratias, een dankzegging na de maaltijd). Ook het profane motet kende een opmerkelijke bloei, vooral als huldeblijk aan een mecenas, vaak op diens initiatief. Zo componeerden de Rore (en zijn leermeester Willaert) een motet ter ere van Antoine Perrenot de Granvelle, de eerste minister van Karel V en Filips II en later aartsbisschop van Mechelen, op een fragment uit Vergilius’ Aeneis, O socii, durate,
de woorden die Aeneas uitsprak om zijn gezellen, te midden een storm op zee, moed in te spreken.

Een van de stemmen zingt het ganse werk door als een ostinato het woord Durate (‘Houd vol’), het motto van Granvelle dat ook voorkomt op de talrijke munten die ter zijner ere werden geslagen, samen met een afbeelding van een schip in de storm. Ook religieuze motetten kunnen in verband staan met de persoonlijke voorkeur van een broodheer of een mecenas. Dit is het geval met het motet Infelix ego, ongetwijfeld een van de Rores boeiendste composities.